Baby in het zand

Omgangsregeling (1/7)

Baby’s (nul tot twee jaar) en een omgangsregeling

De belangrijkste ontwikkelingstaak voor kinderen van nul tot twee jaar is het zich veilig hechten. De meest essentiële behoefte van een kind in deze fase is het weten dat het kan bouwen op de ouders. Baby’s zijn volledig afhankelijk van hun ouders. De mate waarin ouders (emotioneel) beschikbaar, sensitief en responsief voor hun kinderen zijn, bepaalt voor het kind de mate van zich veilig voelen en zich aan de ouders kunnen hechten. De hechting bepaalt hoe het kind de wereld ervaart en in de toekomst relaties aangaat.

Vaak wordt een omgangsregeling afgestemd op wat praktisch is voor ouders. Op zich – en in praktisch opzicht – wel logisch natuurlijk. Want waarom zou je je kinderen naar het kinderdagverblijf of buitenschoolse opvang brengen als de andere ouder op die dag niet buitenshuis werkt? En toch zou het voor kinderen het fijnste zijn als de omgangsregeling is afgestemd op de ontwikkelingsfase waarin zij zich bevinden. Kinderen die in de verschillende fases de ontwikkelingstaken goed volbrengen, hebben een grotere kans om zich te ontwikkelen tot gelukkige volwassenen. In deze serie vertel ik wat in welke ontwikkelingsfase belangrijk is voor je kinderen en lees je hoe de – voor het kind in die fase – meest ideale omgangsregeling eruit zou moeten zien.

Als een kind zich veilig kan hechten ontwikkelt het basisvertrouwen. Vanuit deze basis kan het kind de wereld vrij en vol tegemoet treden, het ontwikkelt autonomie. Echter, als in deze fase het vertrouwen wordt geschaad of de hechting met de ouders niet tot stand komt doordat ouders niet of minder (emotioneel) beschikbaar zijn voor het kind, kan het zich niet veilig hechten en ontwikkelt het kind basiswantrouwen. Dit heeft grote invloed op de hele verdere ontwikkeling van het kind en het zal de wereld met een fundamenteel wantrouwen tegemoet treden. Het kind heeft dan moeite om vertrouwen te geven en om zich te binden.

(tekst loopt door onder de afbeelding)

Baby voetjes

Een pasgeboren kind heeft van nature een symbiotische relatie met de moeder. Dat wil zeggen dat er sprake is van een grote betrokkenheid en afhankelijkheid tussen moeder en kind. In een gezonde situatie ontwikkelt de relatie tussen moeder en kind in drie jaar tot een verhouding waarin sprake is van autonomie en het kind zich ook in afwezigheid van de moeder veilig kan voelen.

De vader heeft een belangrijke rol in het proces van het kind om zich op een gezonde manier los te maken uit de symbiotische relatie met de moeder en de ontwikkeling van autonomie en eigen identiteit. Het kind leert dat het ‘nee’ mag zeggen, zich mag begrenzen en dat de identiteit van de moeder niet de enige juiste is.

Ouders die, bijvoorbeeld door een scheiding, erg gespannen zijn, zijn minder (emotioneel) beschikbaar, sensitief en responsief voor het kind. Hierdoor kan het voorkomen dat een baby onvoldoende in zijn bestaan bevestigd wordt, met als gevolg dat onder andere de hechting kan stagneren. Veel ouders maken de vergissing dat baby’s, omdat zij nog zo klein zijn, niets merken van de scheiding. Natuurlijk begrijpen baby’s niet wat scheiden is en wat de gevolgen daarvan zijn. Echter, zij voelen wel de spanningen, het verdriet en de boosheid van de ouders. Omdat een kind in de leeftijd van nul tot twee jaar nog geen verschil tussen zichzelf en de ander ervaart zal het de (negatieve) emoties met zichzelf en de ouders associëren en zal het vanuit angst en verwarring op die emoties reageren.

Bij een scheiding valt een van de hechtingsfiguren voor het kind weg waardoor het geen hechte relatie kan opbouwen met de afwezige ouder. Het contact met de afwezige ouder is, vooral in het begin, voor het kind onvoorspelbaar, onbekend en kan erg onzeker zijn. Een baby heeft nog geen besef van tijd, oorzaak en gevolg.

(tekst loopt door onder de afbeelding)

Baby voetjes

Maar hoe geef je dan vorm aan een omgangsregeling op een manier waarop het kind zich toch zo veilig mogelijk kan hechten? Idealiter is het kind, vanwege de symbiotische relatie, altijd bij de moeder. Het is echter voor de ontwikkeling van het kind ook heel belangrijk om zich veilig aan de vader te kunnen hechten. In de praktijk zou het voor het kind het beste zijn als het bij de moeder woont en de vader heel regelmatig (misschien wel dagelijks) aanwezig is en het kind verzorgt, met het kind speelt en het kind de liefde en aandacht geeft die het van de vader nodig heeft.

In mijn werk kom ik vaak tegen dat ouders een omgangsregeling willen die voornamelijk is gebaseerd op hun eigen behoeften. Natuurlijk speelt ook de haalbaarheid in de praktijk een rol. Maar uitspraken als “Ik moet er niet aan denken om hem dagelijks over de vloer te hebben,” en “Ik wil de kinderen toch echt ook bij mij een ‘thuis’ geven,” zeggen veel over onverwerkte emoties van de ouders.

Het is vanuit de liefde voor je kind heel logisch dat je ze alles wil geven. En bij dat alles hoort ook een veilige hechting omdat het kind daardoor een stevige basis voor de rest van haar of zijn leven ontwikkelt.

 

You may also like

Leave a comment